Vorig jaar keken mijn vrouw en ik voor het eerst ‘Twin Peaks’. Het was er nooit van gekomen. Ik vond het anders dan ik mij had voorgesteld, er zat veel meer mooie emotie in dan ik gedacht had. Ik verwachtte vooral vervreemding.
Nee, ik kon me met de meeste karakters identificeren en dat heb ik toch nodig om te blijven kijken.
In ‘Twin Peaks: Fire walk with me’ had ik dat al veel minder. Er ontstond meer afstand tussen de karakters en mij als kijker.
‘Twin Peaks: the return’ is een lastige. Heel goed aangeschreven, Kyle MacLachlan zet de karakters die hij speelt prima neer, David Lynch vult zijn rol iets minder innemend in, Catherine E. Coulson, the Log Lady, speelt heel intens maar die is dan ook werkelijk stervende, maar de rest van de originele cast, behalve de ‘native-American’ adjunct sheriff en nog één iemand anders komen niet meer lekker uit de verf. Ze zijn uitgespeeld en het is überhaupt de vraag waarom Lynch die fictieve plaats nog terug haalt. Het lijkt wel alleen om de naam van de serie.
Eigenlijk valt de hele ‘return’ wat tegen. Twee helden van ‘Mulholland Drive’, Naomi Watts en de man met de bijzondere blik, Patrick Fichler, herken je direct als Lynch-karakters. Watts is van deze twee de meest belangrijke nieuwkomer en maakt met haar uitstraling de voor de kijker zo frustrerende rol die MacLachlan speelt dragelijk. ‘The return’ moet je gezien hebben zoals je ook een wat mindere Suske & Wiske gelezen wil hebben. Er is één scene in ‘The return’ waarbij de hoop op het oude Twin Peaks-gevoel bijna werkelijkheid wordt. De meest sentimentele scene ook maar dat mag. Het is de catharsis die wel moest zijn. Zonder deze scene had ’the return’ weinig waard geweest. Bobby ziet onverwacht Laura’s foto.
