Zand

‘Dag zandstorm. Dank dat je even bij me was. Mijn vlakte is leeg. Je bracht iets en je neemt het weer mee. Nu moet ik mijn huid weer zelf beroeren. Alhoewel, een kleine spin heeft mij gevonden. Ik heb mijn bril niet op dus ik noem het maar een spin. Een torretje of iets anders, waarvan ik nooit gehoord heb, kan het natuurlijk evengoed zijn.

Ik lig mijn armen gestrekt. Het loopt op mijn onderarm. De makkelijkste weg, vrij vlak richting mijn schouders. 

Ik laat het begaan. Mijn aandacht verslapt. Met mijn tenen beweeg ik het zand in. Zo ver tot nattig zand tussen mijn grote teen en de nagel komt. Dat is onaangenaam. Ik stop.

Opstaan kan ik niet. Wil ik eigenlijk niet. Laat het maar gaan! Die verdomd hete zon. Rooster mij! Verdomme, je wint!

Het spinachtig minuscule beestje komt op mijn schouder. Daar blijft het zitten. Schijnbaar gefascineerd door een moedervlek. Met een pootje betast het de vlek. Niets natuurlijk. Dan gaat het verder. Mijn schouder over. Mijn rug op.

Mijn telefoon gaat. Sterven gaat moeilijk als je wordt lastiggevallen. Ik neem op.’

Ja, dat was jullie moeder jongens. Ze vroeg of ik wilde helpen om haar computer te updaten. 

Ik kwam natuurlijk. Bij wie moest ze anders terecht? 

Soms verlang ik terug naar dat zand. Maar maken jullie je maar geen zorgen. Ik blijf bereikbaar.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *