Zo op mijn balkon gezeten

Weer een avond op het balkon. Uitkijken over de boulevard. Schepen die wolkentraag voorbijkomen. Af en toe fietsers, flarden van gesprekken. Het geluid van trappen tegen een bal op het strand. Muziek van Miles Davis die zacht door mijn open balkondeuren klinkt. Van Jazz heb ik geen verstand dus als ik jazz opzet is het vaak Miles Davis, gewoon omdat ik op zijn naam kom en niet op een andere. Soms ook Toots Tielemans. Het maakt ook niet uit. Het gaat mij om de zwoele sfeer.

Naast mij ligt Francisca een beetje te dutten. Haar kanariegele bikini, badhanddoek over haar schouders. Haar naveltje komt naar boven en zakt dan weer weg. Een plukje witblond van haar kapsel kriebelt haar neus en telkens veegt ze de stoorzender uit haar gezicht. Vervolgens blijft haar hand op haar borsten rusten.

Ik kom overeind, buig mij over haar heen en ik kus haar op haar mond. Ze is wakker, kust terug. Ik vraag haar of ze ook nog wat wil drinken. Ze negeert de vraag en zegt dat ze zo heerlijk gedroomd heeft en dat verbaast mij. Zo lang heeft ze niet geslapen. Een kwartiertje weg en nu al een hele droom!

‘Appelsap’, zegt ze. We hebben helemaal geen appelsap. Welk volwassen paar heeft er nou appelsap in huis? Ik vraag haar of tonic ook goed is. Ze knikt ja en ze zegt dat er dan ook wel wat gin bij mag. Ik vind het een goed idee en zo zitten we vijf minuten later aan de gin-tonic. Ze heeft de rug van haar stoel in een gemakkelijke zithouding gezet en neemt een tijdschrift van het tafeltje.

‘Had jij eigenlijk kinderen gewild?’, vraagt ze. Hoe weinig weet ze van me! Ik heb een zoon en een dochter. Lang voordat ik Francisca leerde kennen zag ik ze voor het laatst. Ze waren toen net volwassen.

Die vreselijke ex van me. Dat wijf, die teef! Ik wil er eigenlijk niet over nadenken, maar wat is zij een ongelooflijke vergissing geweest. Waar was ik met mijn verstand? Hoe kon ik iemand trouwen die zo ver van mij vandaan stond? Zij, ambitieus en afstandelijk. Wat moest ze met mij? Zij deed alles voor haar carrière, ik klooide maar wat aan. Zo lang ik maar kon schilderen. Ik deed niets anders en ik wilde niet anders.

Waarschijnlijk dachten we elkaar op belangrijke punten te kunnen aanvullen. Haar zakelijkheid compenseren met mijn creativiteit, mijn ‘nooit nee kunnen zeggen’ compenseren met haar lak hebben aan wat iemand van wie ze niets nodig had van haar dacht.

De kinderen waren er snel. Nog voor ons huwelijk. Even kort; we leerden elkaar op de middelbare school kennen. We hadden iets gedronken op een weekendje kamp in het Noorden van het land. Tot dan toe was ze mij niet opgevallen maar ze trok die linker wenkbrauw zo leuk omhoog toen ze de controle verloor. Ze was buiten zichzelf en dat maakte ons mogelijk. Voor heel even dan. Twee jaar, twee kinderen, trouwen en drie maanden laten scheiden. Het sloeg allemaal nergens op.

Geen moment meer na dat kamp voelden we ons tot elkaar aangetrokken, maar de tweeling bleek al snel op komst. De zwangerschap bracht haar uit haar evenwicht en ik improviseerde erop los.

Ik moet ook een waardeloze vent voor haar geweest zijn. Mijn tegenzin moet net als haar tegenzin naar mij toe van mijn gezicht af te lezen geweest zijn. Twee jaar, onderhuur bij haar ouders. Ik ben er nauwelijks geweest. Ik liet alles aan haar over. Ik had gelijk al gezien dat de jongen op haar leek. Van het meisje wist ik het niet zo, maar dat was lelijk en ik kreeg er moeilijk vadergevoelens voor.

Als kunstenaar had ik geen cent te makken en ik verdomde het om er iets van te maken, voor ons dan, als, gezin. Ik was op zoek naar een leven weg van deze mislukking en dat ging vrij makkelijk, voor mij dan.

Ik scharrelde hier en daar wat aan. Ik had vrijwel geen bezittingen en ook geen zorgen. Met net genoeg talent om interessant te zijn voor de kleine gemeente waar ik naartoe getrokken was; voor hen was ik het raam op de grote kunstwereld, zo’n beetje de enige in het stadje dat er flamboyant bij liep. Veel jonge wannabees die twijfelden tussen zekerheid van een degelijke baan en het avontuur van buiten de lijntjes, hielden mij, dronken van mijn aandacht, vrij in de paar cafés die de plaats rijk was. Met wat subsidies en hier en daar, zo nu en dan, een opdracht hield ik mijzelf in leven, maar vooruit kwam ik niet.

Tot de scheiding. Onvermijdelijk maar toch nog onverwacht. Wat haar vriend bleek te zijn zocht mij op. Het was zo’n lul dat ik wel zeker wist dat het tussen hen zou werken. Het schijnt dat mijn dochter mij dat behoorlijk kwalijk genomen heeft. Mijn gebrek aan aandacht voor haar werd door hem overgecompenseerd en, laat ik het zo zeggen, geconsumeerd. Ik wist er niets van. Anders had ik vast wel ingegrepen. Al weet ik niet hoe ik dat had moeten aanpakken.

Nu ben ik een lul van achtenveertig jaar en naast mij zit Francisca, onwetend van haar gin-tonic te genieten. Ze is twee jaar jonger dan mijn dochter, maar ik denk niet dat het Francisca iets zou uitmaken. Ik heb de jackpot gewonnen en mijn geld maakt haar blind.

Ik heb er wel voor moeten werken. Het begon met een opdracht van de gemeente. Een klein schilderij in opdracht waaraan ik een kleine tentoonstelling van mijn werk tot dan toe mocht koppelen. Naast schilderijen had ik er lukraak wat eigen gemaakte foto’s tussen gehangen en die bleken in de smaak te vallen. Een recensent van een landelijke krant werd getipt, schreef lovend over de foto’s en zo kreeg ik de ene na de andere opdracht. Steeds lucratiever.

Met schilderen ben ik gestopt. De foto’s maak ik gewoon met mijn telefoon. Ik hoef er absoluut geen moeite voor te doen. Ik heb er blijkbaar oog voor en als men dat eenmaal doorheeft dan hoef je er niet zo je best voor te doen om te leveren. Je kunt dan rustig naar middelmatig afzakken, wat dat ook mag zijn. Het blijft toch wel je naam hebben en de inkomsten blijven komen.

Nu heb ik een appartement aan zee, een leuk autootje en een mooi meisje met twee lieve borstjes, een vochtig grotje en een mondje dat van alles kan. Mijn kinderen hou ik van me af door ze financieel niet tekort te laten komen. Mijn dochter wil investeren in de band met haar vader, maar ik heb geen zin in die treurnis. Wat een moralistische vrouw! Haar moeder is met haar vergeleken miss libertair. Mijn zoon, wat moet ik van hem zeggen? Ik denk maar niet te veel aan ze.

‘Nee schat, geen kinderen.’, zeg ik; ‘Akkoord?’

Mijn lieverd glimlacht. Ze lust nog wel een gin-tonic. Ik geniet.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *