Ik ben weer thuis. Het is mislukt. Mijn jongenskamer vol met dozen. Spullen die niet weg kunnen, maar wel uit de weg moesten, zullen een andere plek krijgen. Hopelijk tijdelijk.
Alles wat ik niet meenam staat en hangt hier nog. Posters van artiesten die nu hoogstens nostalgie oproepen, op behang dat ik nooit meer zou kiezen. Het uitzicht door het raam lijkt op wat ik vroeger zag, maar het is allemaal net anders. Het dak van de aanbouw is niet meer zo fris grijs als toen, struiken zijn veel groter, een boom is weg en de achtertuin van de buren rechts is helemaal heringericht. Er wonen nieuwe mensen.
De hanglamp is wat stoffig. Hij was oranje, pompoenvorm. In de lades van het voor mij weer leeggeruimde bureau heeft zich wat er van mij nog inzat vermengd met wat mijn ouders er de laatste vijfentwintig jaar indeden.
Ik ga op de bureaukruk zitten en kijk in het pennenbakje. Nog steeds nutteloze ijzeren ‘ik weet niet wat het isjes’ die ik nooit weggooide tussen gum, potloden en een balpen die het nog blijkt te doen ook, maar wel groene inkt geeft.
Mijn radio-cd-speler van toen staat er gewoon maar de antennedraad gaat nergens meer naartoe. CD’s heb ik niet bij me. Er ligt nog iets van Gloria Estefan. Ik zet het op en ben terug in de late jaren tachtig, begin jaren negentig.
Boven mijn bed een wereldkaart. Wat aardig eigenlijk, zo’n ding dat je niet op telefoon of tablet tevoorschijn tovert maar ongevraagd aanwezig is. BRD en DDR, Joegoslavië, Tsjechoslowakije. Het is een oude kaart.
Hier en daar zitten gaatjes in de kaart. Mijn broertje heeft er eens met dartpijltjes naar gegooid in de hoop dat hij op vakantie kon waar de pijltjes terechtkwamen. Ik was er niet blij mee geweest.
Onder het bed een op afstand bestuurbare auto met afgeknipte ijzeren antenne, zonder controller. Een tv op het kastje aan het voeteneinde. Geen antenne, geen hdmi-aansluiting.
Toch kijk ik naar het scherm. Groengrijs, lichte bolling, houten kast. Ik zie mezelf zoveel jaren ouder dan dat ik was toen ik er het laatst inkeek.
Mijn moeder roept of ik voor het middageten naar beneden wil komen. Aan haar stem hoor ik dat ze het fijn vindt om weer te moederen.
Mijn vader zit al aan tafel. Ik weet dat ik welkom ben maar mijn vader heeft meer reserve. Gewoon geraakt aan het comfortabel samenzijn. Hoe moet dat vanavond met het kiezen van wat we op tv kijken?
Mijn zoon belt mij. Ik loop even achter het terras op. De hond van de buren blaft. Die moet er ook aan wennen.
