Zomerzondagmiddag

Een koel briesje op een bloedhete dag. Ik sta met een grote ventilator achter mij in onze slaapkamer en kijk door het open balkonraam uit over boulevard en strand. De tv staat aan, een film noir uit de jaren veertig waar ik verder niet naar kijk, maar waarvan ik het geluid wel waardeer. 

Het is zondagmiddag. Mijn vriendin ligt op bed in een magazine te bladeren. Af en toe merkt ze iets op over wat ze leest.

Ik kijk door de rustig bewegende vitrage naar wat er zich buiten afspeelt. Niet veel. 

Er zijn toch nog heel wat mensen op het strand die verkoeling zoeken in de zeemond. De strandwacht is aanwezig. Hij let goed op. De hitte, het ventilatorbiesje, het filmgeluid op de achtergrond, het geblader van mijn vriendin en af en toe haar opmerkingen maken mij prettig loom. Slaperig ontspannen.

Mijn half leeggedronken glas whiskey in mijn hand begint dientengevolge wat zwaar aan te voelen en ik ga op mijn rug op het bed liggen. Mijn vriendin moet er een beetje voor inschikken maar dan lig ik. Aan de verkeerde kant van het bed. Het glas naast mij op haar nachtkastje. 

Ze gaat tegen me aanliggen met haar hoofd op mijn borst. De film gaat door, wat geluid van buiten, de ventilator, het koele briesje en haar warme adem die door mijn shirt dringt. 

Ik kan nu geen slok nemen. Ik aai met mijn hand over haar hoofd en zo dommelen we weg.

Hoe lang zou het geduurd hebben? Ik zou denken niet lang, maar ik word wakker en zie gelijk dat de rust weg is. De lucht buiten is heel donker geworden. Schitterend gewoon door het licht nog op de achtergrond en de zee die mooi tegen het donker en dat licht afsteekt. 

De vitrage waait naar binnen, maar zo dat hij boven de luchtstroom van de ventilator wappert. Buiten is het zacht geroezemoes weg. Ik hoor snelle slippergeluiden over de boulevard, stemmen van haast, kinderen die aangespoord worden om vlugger te zijn.

De film noir is afgelopen. Wat klinkt is onaangenaam modern. Mijn vriendin slaapt nog. Voorzichtig maak ik haar wakker. Ze moet zich even oriënteren. De natte plek in mijn t-shirt negeer ik.

Ik sta op en zet ventilator en tv uit. De vitrage hangt nu naar verwachting naar binnen. 

Ik neem mijn glas met de rest whiskey weer in mijn hand en drink het in een teug leeg. 

De strandwacht loopt een beetje nutteloos alert voor zijn post heen en weer. Ik zie niemand in zee. Hij tuurt nog eens, loopt naar de vloedlijn en ik zie dat hij zekerheid probeert te krijgen. Als een kapitein van een zinkend schip wil hij als laatste het strand verlaten.

Ik ga op mijn balkon staan en ik voel de eerste grote druppels regen terwijl het in de verte rommelt. Heerlijk vind ik dit. Ik ben niet gelovig maar ik stel mij God voor die de mensheid even laten zien wie er de baas is.

De strandwacht maakt aanstalten om te vertrekken. Hij sluit de wachtpost af.

*****

En dan…

*****

Heftige regen. Flitsen en een klap. Vrijwel gelijktijdig. Ik zie het gebeuren. 

De strandwacht strijkt net de vlag bij zijn post. De bliksem slaat in en dat wordt hem fataal. Als een gek ren ik naar buiten terwijl mijn vriendin de hulpdiensten belt.

Er is niets meer aan te doen.

Wat een oen, denk ik in mijn verslagenheid om het verschrikkelijke. Wat een lieve, goedbedoelende oen.

*****

Nog veel hete dagen volgden. Zelfs dagen waarin ik in de buurt gekomen ben van dat heerlijke, die zondagmiddag. Maar als het weer omslaat, wat vaak gebeurt met die hitte, loop ik toch naar buiten om de strandwacht te waarschuwen.

Lief proberen ze me altijd weer gerust te stellen. Ze kijken uit. Toch blijf ik op hen uitkijken. God weet waar het goed voor is.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *