Het compensatiemeisje

Hij was alleen thuis. Warm. Verveling. 

Na even in de verduisterde slaapkamer op bed gelegen te hebben stapte hij de door zon verlichte overloop op. In een gekke bui deed hij net of hij daar iemand tegenkwam en hij stelde zich voor.

Op dat moment kwam zijn vrouw net thuis en hoorde zijn praten. Hij hoorde haar niet thuiskomen. De ventilator in de slaapkamer achter hem stond aan zodat geluid van beneden moeilijk tot hem doordrong. 

Zijn stem klonk op de overloop. Een monoloog. Zo sprak hij ook. Het grapje voor alleen hemzelf dat hij iemand op de overloop tegenkwam ging namelijk al snel over in hardop nadenken. Zij was daar nu getuige van.

‘Had ik het maar nooit gedaan. Maar ja…en…verdomme! Blijft het…maar dat.’ Een grote zucht; ‘Ik kan het haar niet vertellen. Over. Uit.’

Ze had hem zo ook weleens horen dromen. Wat zou hem toch bezighouden? 

Ze besloot naar buiten te sluipen en wat meer geluid makend binnen te komen. Er was niets meer van zijn zorgen te merken. 

‘S avonds na het eten, toen ze samen aan de afwas stonden, besloot ze hem er toch naar te vragen.’

‘Tom, soms, ‘s nachts, als je ligt te slapen dan hoor ik je praten. Ik vind het moeilijk om het je te vragen maar wat kun je me niet vertellen?’

Tom probeert het eerst nog te bagatelliseren. ‘Iedereen droomt wel eens. Weet ik veel wat me dan bezighoudt. Jij droomt ook weleens.’

Natuurlijk Tom, maar mijn nachtmerries zitten niet zo hoog dat ik er overdag, als ik denk dat ik alleen ben, hardop over praat.’

Tom is verbaasd. Hij is oprecht vergeten dat hij die middag even hardop liep te piekeren maar hij snapt ook wel dat hij nu iets moet zeggen.

Eerst schiet het door hem heen dat hij haar natuurlijk een onzinverhaal op de mouw kan spelden, maar hij begrijpt ook wel dat ‘het ding’ dan blijft bestaan en wellicht later alsnog naar buiten komt.

Hij kijkt haar aan en zegt; ‘Toen ik student was heb ik een kat vermoord.’ Hij wacht op haar reactie en dat is er een van afschuw. Zij, de liefste dierenliefhebber die hij zich kan voorstellen. Zij, die hem vertedert met haar zorg voor alles dat leeft. Zij, zijn compensatiemeisje. Zijn goedmakertje voor het onrecht dat hij beging. In een studentendronkenbui. Met zijn vrienden. Althans, zijn nu gewezen vrienden.

Zo was het gegaan. Ze hadden de nacht doorgehaald en toen ze eindelijk wilden gaan slapen, ze woonden in één studentenhuis, stonden er twee katers als baby’s te krijsen. Vreselijk!

Hijzelf had een klinker tussen zijn raam en het kozijn inzitten. Nam die, schoof met zijn rug het raam verder omhoog en mikte één van de twee katers de steen van boven ongenadig hard op zijn kop. Voor het beest kwam het onverwacht, zo opgaand in territoriumzaken, als een dolle schoot het heen en weer door de steeg om uiteindelijk gestrekt te gaan. De andere kater was niet meer te zien.

‘Je hebt het niet met je vrienden gedaan. Je deed het in je eentje’, zegt zijn vrouw. 

Dat klopt, maar de nazorg was wel met zijn vrienden. Het was Paul die verzon om kat en klinker in een plastic zak te stoppen en in de gracht even verderop te gooien. Dat deden ze. 

Dagen heeft er nog een bericht met foto van Pluis gehangen, ook aan de deur van hun pand. Ze hadden zo met het vrouwenhuis meegeleefd omdat hun kat was weggelopen.

Sindsdien bleef die avond zijn geweten kwellen. Hij was zo blij geweest dat zijn vrouw een uitgesproken dierenliefhebster was. Hij was daarmee namelijk de man van een dierenliefhebster en daarmee maakte hij wat hij gedaan had misschien een beetje goed. Het was een idiote redenatie. Dat snapte hij zelf ook wel.

Katja, dat ook nog eens, zo heette zijn vrouw, keek hem verbluft aan. Het was allemaal veel minder erg dan ze zich had voorgesteld. Hij zei dat hij een kat vermoord had. Het was wel erg, natuurlijk, maar dat iets wat hij niet uit martelzin gedaan had hem zo kwelde vond ze toch aandoenlijk. 

‘Jongen, het is allemaal niet fraai maar het mag voor jou nu ook wel voorbij zijn. Ik vergeef je namens de kat, namens de studentes uit het vrouwenhuis. Dat je je schuld zo zwaar droeg heeft het weggewassen.’

Ze wist dat het theatraal klonk maar ze wist ook dat er waarheid in school en dat het voor hem een bevrijding zou zijn.

Hij kuste haar op haar voorhoofd en omhelsde haar vrijer dan dat hij zich sinds zijn jeugd gevoeld had. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *