In de piepzak

Al jaren was hij internationaal succesvol auteur van christelijke fictie. Het soort boeken dat vele christenen lezen als ze nou eenmaal van lezen houden maar tegelijkertijd veilig binnen hun wereldje willen blijven. 

Hij was helemaal geen christen, wisten zijn lezers veel! Hadden ze het wel geweten dan hadden ze zijn werk niet gelezen. De schijn ophouden was voor hem dan ook bijzonder belangrijk.

Tegelijkertijd schreef hij enigszins succesvol literair werk dat in literaire tijdschriften, opiniebladen en de betere kranten goed besproken werd. 

Van zijn lectuur kon hij leven, van zijn literatuur niet. 

Zijn gezin was heel christelijk, dat moest wel. De schijn ophouden moest hij tot in de intimiteit van zijn gezin, tot in de intimiteit met zijn vrouw.

Er waren mensen in de literaire wereld die bekend waren met zijn situatie. Ze smulden van hun voorstelling van de spanning die het hem moest geven. Verwachtingsvol zagen ze het doorbreken van de leugen tegemoet.

Hij was inmiddels rijk te noemen. Zijn twee dochters, een tweeling, kwamen in de leeftijd dat er over een te kiezen middelbare school gedacht moest gaan worden. 

Zijn vrouw had haar voorkeur voor een Evangelische scholengemeenschap. Vriendinnen uit de kerk zouden er ook naartoe gaan. Veilig in hun eigen wereldje puberen, zo zag zijn vrouw dat.

Hij had het al moeilijk met het voor de gek houden van zijn dochters, ze waren bepaald niet dom maar zo vreselijk bleu. Hij kon het niet aanzien! 

Ze waren absoluut niet op de hoogte van het deel van zijn wereld waarin hij zich echt thuis voelde. Zaten ze met hun lieve koppies bij hem op de bank dan las hij uit eigen werk, of het werk van een collega-auteur uit de christelijke wereld voor. 

Ze spraken samen over wat ze gelezen hadden en hij merkte dat ze intelligent redeneerden maar voor hem wel in een leugenachtige wereld. Hij voelde dat hij, zolang hij ze niet in aanraking bracht met wat hij de echte wereld vond, ze verraadde. Dat deed pijn.

Hij nam een besluit en wist dat zijn rol in het christelijke wereldje uitgespeeld zou zijn. 

Waar hij in het literaire wereldje altijd onder pseudoniem gepubliceerd had, slechts schriftelijke interviews gegeven had, wat volgens de kleine groep ingewijden die van zijn dubbelrol op de hoogte waren, er de verklaring voor was waarom hij geen literaire grootheid was, besloot hij zijn ware indentiteit te onthullen.

Omdat de verwachting was dat dit een smeuïge zaak kon worden kon hij in een literair programma op tv terecht. 

Inderdaad; smeuïg werd het. Waarom als niet-christen boeken voor dat wereldje schrijven? Omdat hij kon schrijven en er een goede boterham mee wilde verdienen. Hoe hij het zo lang had volgehouden? Doordat hij plezier had in zijn werk en omdat de mogelijkheden, binnen de kaders van het christendom, grenzeloos waren. Bijna alles kon hij behandelen. Onder het kwaad dat bijvoorbeeld bestreden moest worden kon hij heel ver gaan, zo lang het christendom maar triomfeerde. Waarom hij nu toch zijn coming out als literair schrijven en christelijke leugenaar had? Dat van leugenaar had hij proberen te nuanceren maar de interviewer was niet genadig geweest. Het was toch een leugen geweest? Dat was het. 

Aan de reden van zijn coming out waren ze in het programma niet meer echt toegekomen maar hij wenste zijn oprechte emotie over te brengen. Het lukte hem niet. Een volgend item, iets uit de gedichtencorner, en het was klaar.

Toen de aftiteling van het programma liep en hij de presentator, inmiddels beiden buiten beeld en gehoor van het televisiepubliek, toch nog iets ter rechtvaardiging van zijn situatie wilde vertellen, schonk hij er nauwelijks aandacht aan. ‘Schrijf er maar een boek over. Misschien nodigen we je dan nogmaals uit.’

Het was hem niet meegevallen. De dichteres viel hem ook tegen. Het was duidelijk; hij was een verraad-christen, niet de naar buiten getreden literaire schrijver. Dat liet ze wel blijken.

De kranten in de dagen na de uitzending waren ook niet mals. Hoe ze ook om christenen konden gniffelen, verraad lag niet goed. Thuis had hij het moeilijk. Zijn vrouw had het moeilijk en zijn dochters, want zoiets dringt op school door.

Zijn carrière binnen de christelijke wereld was voorbij. Zijn boeken verdwenen uit de boekenhoeken van kerken, de verkoopcijfers stortten in. Financieel was het geen ramp. Zijn vrouw moest wel voor Jezus kiezen en zijn dochters hoorden bij de kudde. Ze werden liefdevol opgevangen.

De gevierde christen-auteur was niet meer. Nu hij voor oprechtheid gekozen had kon hij het zichzelf niet meer aandoen om gelouterd, als verloren zoon, weer binnen het christenwereldje aangenomen te worden. Uren zou hij er op spreekbeurten over kunnen praten, prachtige boeken zou hij er over kunnen schrijven. Nee. Voorbij.

De waarheid is hard. De wereld die hij boven de christelijke wereld had verkozen was hem niet meegevallen. Zijn literaire werken leidden eronder. Er was nauwelijks belangstelling meer voor.

Moralisten, dacht hij. Moralisten zijn we. Allemaal.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *