Achter het raam

Mijn tweede glas wijn nadat ik al een stevig biertje op heb.

Een terras van een Italiaan in B. Mijn vrouw begint aan haar hoofdgerecht en laat mij proeven van wat ze op haar bord heeft. Heerlijk, maar ik ben blij dat ik het mijne koos.

Zij kijkt op het plein uit. Ik op de bedrijvigheid van terras en de ingang van de zaak waardoor eigenaar en bediend personeel af en aan lopen. 

Mijn vrouw voorspelt regen. Ik betwijfel het en kijk naar de lucht voorbij de parasol waaronder wij voor de zon schuilen. 

Nadat ik de lucht bekeek gaat mijn oog langs de gevel van het pand naast het terras waar wij eten. Waarschijnlijk negentiende eeuws. Boven vier grote ramen met kleinere ramen daarboven. De twee rechtse vallen mij op. Zwarte duisternis achter de ruiten, in tegenstelling tot de andere twee ramen waar iets als lichte vitrage voor hangt.

Ik wil er verder geen aandacht aan besteden maar telkens worden mijn ogen er naartoe getrokken. Ik probeer het te negeren maar dat gaat zo moeilijk. Een derde keer kijk ik nu en de rillingen lopen over mijn rug, ik laat mijn vork vallen en mijn vrouw schrikt. 

Klopt het wat ik zie? Het is eigenlijk nog wat te warm om alcohol te drinken. Wat zou mijn vrouw zien?

Ik vraag haar met mij van plek te wisselen. Zachtjes fluister ik over tafel wat ik zag. Ze kijkt sceptisch, wil eerst niet om zo iets belachelijks wisselen, maar ze geeft toe als ik aandring.

Ik kijk haar gespannen aan terwijl ze naar de eerste verdieping van de gevel naast ons kijkt. Donker ja, dat klopt. Maar een meisje? Nee. Nu niet en tien minuten later nog niet.

Ik wil weer van plaats wisselen en ik zie het meisje niet meer. Heel ongemakkelijk. Rot als je niet op je waarneming kunt rekenen. Niets aan te doen.

Thuis, ‘s nachts, heb ik een droom. Het meisje wenkt naar me, van achter het raam. Verder niets.

Ik zie het als gevolg van de drank en negeer het als ik wakker word. Dagen besteed ik er geen aandacht aan. Dagen vertel ik het niet aan mijn vrouw.

Na twee weken vind ik het echt wel genoeg geweest. Elke nacht droom ik het één of meerdere keren. Het meisje achter het raam wenkt. Verder doet ze niets. De droom komt uit het niets op en lijkt uit het niets af te breken.

Ik besluit het niet met mijn vrouw te bespreken. Eerst onderzoek te doen.

Dat begint met de zaak te bellen waarboven de ramen zijn. Van hen krijg ik te horen dat ze het binnenkort als restaurantverdieping gaan inrichten. De zaken gaan goed. Nu staat het leeg, althans, dat denken ze. De verdieping is nog niet aan het restaurant verhuurd. Na de zomer hopen ze overeenstemming te hebben met de verhuurder. Ik krijg zijn nummer tegen de belofte dat ik zelf niet iets met de ruimte van zins ben en het dan met een mooi huurbedrag voor de neus van het restaurant wegkaap. Ik beloof het op straffe van eeuwige verdoemenis als ik woord breek en ik bel de verhuurder.

Ik besluit hem uit te horen zonder dat ik andere bedoelingen laat weten dan huur van de verdieping. 

Hij is loslippig omdat hij iets interessants verwacht. Toch is het teleurstellend wat hij mij kan vertellen. Ik loop eigenlijk vast en besluit om een bezichtiging te verzoeken. Dat kan. Morgen al.

Het is dinsdagochtend. Het restaurant is nog niet open. De eigenaar doet de boehouding, de kok is de keuken aan het voorbereiden en bedienend personeel rommelt ook wat rond.

De verhuurder leidt mij op het afgesproken uur door de zaak naar een trap achter een deur net voor de toiletten van het restaurant. Ik vraag hem wie er naast hem een sleutel van deze deur heeft. Hij laat mij weten dat de deur nooit op slot is omdat er een nooduitgang van het pand via het dak is. 

Nu zie ik het. We gaan naar boven. Er zijn twee ruimten en een gang langs achter. Door die gang gaat de noodweg naar een raam het platte dak op.

In de gang zijn twee deuren naar vrij grote kamers. De verhuurder zegt dat dit alles doorgebroken kan worden zodat het één grote ruimte wordt. Ik knik geïnteresseerd maar vraag hem de deur van de kamer met de donkerte uitstralende ruimte te openen. 

De verhuurder lacht onbegrijpend. Van donkerte uitstralende ruimten heeft hij nog nooit gehoord. Als hij de deur van het slot wil draaien is hij verbaasd dat het slot al geforceerd blijkt te zijn. Hij stapt naar binnen. De deur klapt achter hem dicht voordat ik hem kan volgen.  

Ik probeer de deur weer te openen maar het lukt mij niet. Ik hoor een geluid als veel messen die tegen elkaar aan bewegen. Daarna een soort afzuigend geluid zoals bij een stofzuiger. Dan wordt het stil.

Ik klop op de deur en probeer hem te openen. Dat lukt. Binnen is het bijna zo zwart als de nacht. Door het raam schijnt een beetje licht naar binnen. Gedaantes op de vloer. Lichamen waaronder dat van het meisje dat ik toch nog herken..Vijf mensen in totaal. Stank.

Kokhalsend vlucht ik naar de deur terug. In het gangetje komt restaurantpersoneel mij tegemoet. Ze houden mij tegen. Het gestommel boven heeft hen gealarmeerd en nu komen ze polshoogte nemen.

Mijn voetstappen door bloed op de vloer in de kamer. De lichamen. De afspraak met de verhuurder. De conclusie is snel getrokken.

Politie is snel ter plaatse en ik word aan hen overgedragen.

Ik zit er nu op het politiebureau mijn hoofd over te breken hoe dit alles toch kan. Hoop op een goede afloop heb ik niet. Ik ben er gloeiend bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *