Het ijsbeertje

Het ijsbeertje

‘Niet een echte mama. Die uit de winkel.’

Een kale slaapkamer. Vorige week kregen ze deze tweekamerflat toegewezen. Eindelijk. Hans is er wel niet meer maar het blijft toch zijn huis waarin ze nog steeds verblijven. Hij kan elk moment binnenlopen.

De scheiding is een jaar geleden uitgesproken. Hij was zo goed om tijdelijk in de stacaravan van zijn ouders in Zeeland te gaan zitten. Arbeidsongeschikt is hij al jaren dus waar hij zit maakte niet uit. Karin daarentegen heeft een baan in de zorg. Een ziekenhuis waar ze al tien jaar met veel plezier werkt. Zij kan niet zomaar overal heen, en daarbij, Deborah heeft hier haar school en haar vriendinnen.

Natuurlijk hadden ze een urgentieverklaring, maar veel woonruimte valt er niet te vergeven. Daarom zijn ze blij. Al wonen ze nu in een wijk die, zeker vroeger, slecht bekend stond.

Grauwe rotflats, onverzorgde onkruidstoepen. Huisvuil naast de ondergrondse containers en daardoor, zeker in de zomer, als er maar een klein briesje staat, stank in de straat. Veel jongeren ook op fatbikes, te hard rijdend en ook over stoepen. Luide muziek klinkend uit open ramen en als er geen muziek klinkt dan vaak ergens wel ruzie. Of dat door elkaar.

De flat riekt naar ouderdom. De portieklucht is heel onaangenaam. Karin heeft de meeste buren al gezien. Om zo maar te zeggen, een gemêleerd gezelschap. Het is nog te vroeg om conclusies te trekken maar ze ziet zichzelf op dit moment met geen van de buren een goede band opbouwen. Maar zoiets kan zomaar veranderen. Ze weet het van eerst norse patiënten die bij nader inzien heel lief blijken te zijn of andersom leuke patiënten die zich als echte zeuren ontpoppen.

Maar goed, buren is van latere zorg. Eerst maar eens de woning eigen maken.

De muren zijn al wit gesausd. Dat heeft de woningbouwvereniging geregeld omdat de vorige bewoner van hun appartement er uitgezet is en zijn huis werkelijk heeft uitgeleefd.

Karin heeft geen geld voor behang of zelfs maar vloerbedekking. Hoogst noodzakelijke meubels, huishoudelijke machines, bestek en zo komen van de kringloop. Dat hebben ze van haar broer gekregen. Hij is het samen met ze gaan uitzoeken en reed tweemaal met een aanhangwagen en dat was dan alles.

Deborah, net zes geworden mag van Karin met stoepkrijt hun slaapkamer schilderen. Binnen een dag staan de muren vol bloemen, gras, vogeltjes en mama en Deborah zelf. Wat maakt het uit? Als er ooit behang komt kan het er makkelijk overheen.

Het ijsbeertje heeft Deborah vanmiddag in een winkel met leuke, maar vooral ook dure, snuisterijen gezien. Zo’n tuttig winkeltje met poppen, leuke tafeltjes, potpourri; eigenlijk alles wat heerlijk is om naar te kijken maar dat je alleen koopt als je genoeg geld, maar weinig fantasie, hebt. Althans, zo ziet Karin het, maar dat haar dochtertje er bij weg droomt snapt ze goed. Zoete lieflijkheid.

Het ijsbeertje stond eigenlijk een beetje weggestopt. Het past ook niet zo in zo’n winkeltje. Ongeveer vuistgroot, oogjes door waarschijnlijk een productiefoutje net een beetje scheel maar wel snoezig. Dertien euro mocht hij kosten. De juffrouw in de winkel was lievig maar niet als het om korting ging. Karin had het niet eens gevraagd, ze zag het al bij de onderhandeling met een andere klant en ze wilde haarzelf en haar dochter de schaamte besparen.

Die nacht heeft ze nachtdienst. De meeste mensen op de paar zalen onder haar hoedde slapen rustig. Met een klein zaklantaarntje gaat ze de bedden af en beschijnt kort de gezichten van de slapenden. Tot haar schrik en verbazing ziet ze naast het hoofdkussen van mevrouw Visser het ijsbeertje staan. Ze herkent het gelijk aan de net schele oogjes.

Verdorie, juist dat ijsbeertje bij deze vrouw. Ze ziet het gezichtje van haar dochtertje voor zich en kijkt naar het uitgeleefde gezicht van mevrouw Visser.

Wat haar nooit gebeurde gebeurt nu. Ze heeft blijkbaar het gezicht van de mevrouw net iets te lang beschenen en ze wordt wakker. Geschrokken trekt Karin zich terug maar mevrouw Visser ziet haar en roept haar bij zich.

Ze heeft een pijntje, verlichting is snel geregeld en Karin aarzelt. Zou ze mevrouw om de knuffel vragen? Ze heeft de komende drie nachten dienst en dan zes dagen niet. De kans dat ze mevrouw nog eens wakker zal zien is niet groot. Ze besluit niets te vragen. Ze kan haar erbarmelijke thuissituatie niet mee het ziekenhuis in nemen.

Als ze de volgende dag om een uur of drie ’s middags uit bed komt, Deborah verblijft tijdens haar nachtdienst bij haar zus, doet ze snel wat boodschappen. Bij de budgetdrogist haalt ze nog wat paracetamol en deodorant in de aanbieding.

Zoals altijd loopt ze langs de vakken met goedkope prullaria. Tot haar verbijstering nu ziet ze wederom datzelfde ijsbeertje. Wederom met net schele oogjes. Het lieflijke, innemende, is er voor haar nu wel van af. Het ijsbeertje is een massaproduct met expres schele oogjes. Er is geen sprake van dat het beertje naast het kussen van mevrouw Visser hetzelfde beertje uit het snuisterijenwinkeltje is. Zo wel, dan is de vriendelijke koper van haar cadeau flink opgelicht. Het ding kost hier €2,95. Dat kan ze wel opbrengen en ze koopt het direct.

Zoals altijd als ze avonddienst heeft belt ze voordat Deborah naar bed gaat even een kwartiertje met haar om de dag door te nemen en een goede nacht te wensen. Vooral Karin voelt zich ontzettend eenzaam zonder haar dochter. Hier, in de flat die nog als vijandig voelt omdat er nog zo weinig goede herinneringen opgebouwd zijn. Een beetje huilend kijkt ze naar de tekeningen van haar dochtertje. Nog twee dagjes slapen en ze zal ze weer zien en dan zal ze iets fijns voor haar hebben.

De twee nachten werk leken voorbij te kruipen. Mevrouw Visser was al naar huis en had haar ijsbeertje vergeten. Ze was op de hoogte gebracht maar niemand kwam er meer om. Het staat nu als mascotte op de balie van de receptie.

Eindelijk ziet Karin haar dochtertje weer. Het is weekend en Deborah heeft een verrassing voor haar moeder. Intens blij houdt ze het ijsbeertje voor Karins gezicht dat Karin ook achter haar rug verborgen houdt. Wat teleurgesteld maar ook heel blij voor Deborah kijkt ze haar zus aan. ‘Zijn we gaan halen bij het snuisterijenwinkeltje zus’, zegt haar zus. Een beetje jaloers en beteuterd, heel duidelijk haar armoede en daarmee haar mogelijkheden om haar dochter te plezieren voelend krijgt ze nog een kleine klap te verwerken.

Ze gaan met z’n vieren naar de dierentuin. Karin, Deborah, de zus van Karin en haar man. IJsbeerinspiratie opdoen noemt haar zus dat.

Het wordt toch nog een mooie middag. Ze genieten met z’n drieën van het plezier van haar kind.

In het souvenirwinkeltje bij de uitgang komen ze delfde ijsbeertjes weer tegen. Nu voor €23,95. Oplichters, denken ze gedrieën.

Karin zet haar ijsbeertje stiekem tussen de ijsbeertjes die er staan. Hier voelt het thuis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *