Ik werd in een auto op de vluchtstrook van een tunnel geboren. Eigenlijk heel eenvoudig. Het was een lange tunnel, mijn moeder had al lang weeën toen mijn vader haar erdoorheen reed en halverwege de tunnel was het zo ver. Het ging zo snel!
Dat meen ik tenminste. Natuurlijk kan ik mij er niets van herinneren, maar de bijrijdersstoel, van welke auto dan ook, geeft mij al mijn hele leven een bijzondere sensatie. Hoe moet het er uit gezien hebben? Ik wil er eigenlijk niet aan denken.
Toen mijn vader met grote haast om mij en mijn moeder te helpen uitstapte, werd hij door een vrachtwagen gegrepen. Mijn vader klapte tegen het portier aan, onze auto kwam met de achterkant half onder de oplegger terecht en mijn moeder werd tegen het dashboard aangedrukt. Ook zij was op slag dood.
Het is geen aardige start voor een zuigeling, maar onwetendheid is een zegen. Ik denk niet dat ik er mentaal iets aan overgehouden heb. Van het ziekenhuis waar ik ter controle opgenomen werd ging ik naar een pleeggezin. Het waren wensouders die al in een adoptietraject zaten. Nu hoefde het kindje niet helemaal uit Sri Lanka te komen maar kwam het gewoon uit het Westland.
Ze noemden mij Kristiaan, naar mijn vader. Mijn moeder heette Danielle dus mijn tweede naam werd Daniel. Hun achternaam heb ik aangenomen toen ik op een leeftijd kwam dat ik blij was met mijn pleegouders maar eer wilde geven aan mijn biologische ouders; Van Paddelsdonke. Kris van Paddelsdonke.
Zeker nu mijn vriendin zwanger is vind ik het belangrijk dat ons kindje de naam van zijn familie draagt en dat is toch de biologische familie. Maar het is raar. Ik weet helemaal niets van die familie behalve de achternaam en die kom ik helemaal nergens tegen. Het lijkt wel of mijn ouders uit het niets zijn gekomen. Ze zijn gecremeerd en hun as is verstrooid. Ik heb niets van ze, behalve twee paspoorten met foto’s van mensen die mij niets zeggen.
Goed, ik lijk duidelijk op mijn moeder en het vroeg kaal worden heb ik ongetwijfeld van mijn vader. Het waren late twintigers toen ze verongelukten dus nu ik een late twintiger ben zie ik leeftijdsgenoten met ouderwetse haardracht en in het geval van mijn moeder ook een ouderwetse bril.
Ik besluit een dna-test te doen, maar daar komt niets uit. Behalve het ongeluk is er niets van mijn ouders bekend.
Ik doe mijn verhaal in de plaatselijke krant. Het is een verhaal dat ze wel willen plaatsen. Lekker dramatisch, vol verwachting van een interessante plot. Niets. Ja, er zijn twee helderzienden die met twee verschillende verhalen komen; ook in de krant. Ik heb er niets mee. Een echte helderziende komt met een verhaal, reageert er niet op. Van zo’n helderziende heb ik nog nooit gehoord.
Ook zijn er een paar vrouwen die beweren een zus van me te zijn, maar die haken vreemd genoeg al snel af als ze te horen krijgen dat ik een zwangere vriendin heb. Raar. Verder, helemaal niets.
Ook de nationale televisie wil er wel wat mee en er wordt door deskundigen over spionnen en informanten uit begin jaren tachtig gesproken; koude oorlog. Niet heel vreemd als dat soort lui opgeruimd werden.
Weer iemand anders herkent hun gezichten als mede-sekteleden die begin jaren tachtig uittraden en waarvan ze nooit meer gehoord hebben.
Het laatste verhaal, dat vind ik zelf wel grappig, is dat het allemaal in scène gezet is. Dat ik een zoon van een bekend politicus ben waar zijn vriendin vanaf moest. Mijn “vader” zou slechts gebruikt zijn.
Wat heb ik er allemaal aan? Niets brengt iets dat ik als waar kan aannemen. De suggesties zijn spannend maar het vervreemd mij van hoe ik mijn ouders fantaseerde. Het beeld dat ik van ze heb is het beeld waardoor ik stabiel blijf. Twee verwachtingsvolle mensen die goddank vrijwel niets van hun einde meegekregen hebben.
Met die bittere pil kan ik leven. Dat kan ik een plekje geven. Zo zal ik het een plekje geven.
Onze dochter heeft de namen van mijn pleegmoeder en mijn schoonmoeder. Ik heb het helemaal niet over mijn schoonouders gehad. Ze zijn overdadig geweest in wat mij direct na mijn geboorte afgenomen werd.
Carla Martha Paddelsdonke zal ze opa en oma noemen.
