Een appelflap bij de warme bakker, daar heb ik trek in. Ik ben in een Gelders dorpje waar ik nog nooit geweest ben. Straks wandelen. Hier in de bossen.
Het hotel waarin ik logeer ligt aan dit pleintje waar naast de kerk, twee restaurantjes en een café deze bakker heerlijke geuren het plein over laat ontsnappen.
Zojuist heb ik licht ontbeten, speciaal om deze appelflappen, die in de omgeving bekend staan, te proberen.
Het valt me tegen. Gewoon een appelflap geserveerd met een bolletje ijs. Alles gaat met ijs tegenwoordig.
Ik betaal te veel en geef ook nog een fooi omdat ik nu eenmaal een pleaser ben. Een praatje kon er bij de bakkersvrouw niet af. Ze was druk in de weer met een stagiaire die blijkbaar nogal wat instructie nodig had.
Nog drie nachten in dit dorp. Ik ben hier met trein en bus gekomen om te wandelen en te componeren maar ik kom er niet toe.
Ik ben gevraagd een festival-ouverture te componeren maar ik kom er niet toe.
Dat ik niet in de stemming ben moet geen probleem zijn. Componeren is voor mij gewoon werk geworden. De passie van vroeger is er uit. Het is gewoon brood op de plank. Ik doe niet anders. Allemaal wegwerpspul. Bladmuziek voor het orkest of ensemble, verder geen leuke uitgave. Heel af en toe een uitzending op de radio waarvan het maar hopen is dat het bewaard wordt. Opname voor cd of vinyl heb ik nog nooit mogen meemaken.
Eens componeerde ik voor een film maar dat was geen succes. De film was nogal banaal en ik probeerde er met muziek nog wat van te maken. Ik werd ontslagen en de film heeft het drie weken heel aardig gedaan. Ik snap het niet.
Ook werkte ik eens mee aan een musical. Geen bal aan. Van mij werd gevraagd in een stijl te componeren die mij niet ligt. De musical werd een succes maar het was typisch een basisschool eindmusical en de grote zalen haalde het niet.
Dan natuurlijk reclames, muziek bij documentaires, televisieseries en tv-programma’s. Zelfs heb ik voor een computerspel gecomponeerd. Het leverde voldoende geld op maar het is allemaal zo vervelend. Productiewerk.
Soms denk ik wel dat ik inderdaad beter achter de toonbank van een winkel had kunnen gaan staan. Iets waar mijn hart voordat ik er aan zou beginnen al niet zou liggen en waarbij ik de hartstocht ook niet zou verliezen.
Zakelijk kan ik aan van iets waarvan ik niet hou, als zakelijk te dicht in de buurt van hartstocht komt dooft de hartstocht en alles wordt grauw, werktuigelijk.
Kon ik maar bohemien zijn. Durfde ik het maar aan om ‘whatever it takes’ te kiezen voor waarbij mijn hart bestemd is te liggen. Ik pleeg verraad aan het mooiste wat ik ken. Maak instrumenteel wat eigenlijk spiritueel zou moeten zijn. Maak behapbaar wat overweldigend zou moeten zijn. Maak onderdeel van wat er eigenlijk uit zou moeten springen.
Maar een bohemien ben ik niet. Ik ben een loonslaaf op vakantie die net een ander product van slimme marketing naar binnen gewerkt heeft. Authenticiteit, ik heb er mijn buik van vol.
Goed, ik schrijf die ouverture wel. Ambachtelijkheid kan het zonder hartstocht stellen.
Nog drie dagen in hotel ‘Drie slimme wiecken’. Nog drie dagen alles Efteling-knus. Daar heb ik trouwens nog geen muziek voor gecomponeerd.
Ik hou mij aanbevolen.
