Eindelijk. Hoe lang wacht ik hier nou al niet op?
Al tijden schrijf ik. Vruchteloos. Een paar mensen die het echt niet kunnen maken mijn verhalen niet te lezen niet meegerekend is mijn succes nul. Helemaal niets.
Soms verlies ik het vertrouwen, probeer ik met andermans ogen te lezen. Het helpt niet. Ik kan me niet voorstellen dat het niet goed is. Ik ben toch ook lezer? Lees ik zelf rotzooi? Nee!
Ik heb al ik weet niet hoeveel verhalen naar tijdschriften gestuurd maar ik kom er steeds niet door. Ik weet niet wat het is. Zijn mijn verhalen te kort? Schrijf ik over de verkeerde onderwerpen? Zoeken ze mijn naam op internet op en zien ze dan iets wat ze niet bevalt? Weten ze wel hoe veel ik van hen lees? Ik doe haast niet anders; lezen en schrijven.
Maar sinds vanmorgen lijkt het opeens aan te slaan. Ik moet bekennen dat mijn laatste verhaaltje niet eens zo goed is maar ik heb blijkbaar een snaar geraakt. Duizenden views! Het is om duizelig van te worden. Ik loop al heel de dag op wolken.
Zou dit mijn doorbraak zijn? Eindelijk die omslag naar bekendheid dat al het eerdere in een ander licht zet? Zal ik nu uitgenodigd worden om te schrijven, niet meer deze vernederende weg van met werk leuren moeten gaan? Word ik in mijn herfst alsnog een gearriveerd auteur? Kan ik straks hen die ik nu nog onbereikbaar bewonder tot mijn kennissen rekenen? Samen met ze in een café zitten? Ouwe jongens krentenbrood?
In mijn hoofd zit ik al in praatprogramma’s. Ontspannen natuurlijk. De presentator die tegen mij opkijkt in plaats van ik tegen hem. Mijn vrouw, die lieverd, eindelijk begrepen trots. De gedachte ontroert mij.
Daar heb je het al. Een mailtje;
“Beste heer Bruindal,
Vergeeft u het mij dat ik u nu pas schrijf. Al vele maanden geleden had ik u op de hoogte moeten brengen maar laat ik mij eerst aan u voorstellen.
Ik ben Loes Vergeer…”
Loes Vergeer!
“…literatuurcriticus bij Het Liberaal Ochtendblad.
Sinds begin dit jaar maak ik een keuze uit wat online verschijnt en bekritiseer en analyseer ik het werk steeds met een andere literaire gast in mijn wekelijkse PodCast ‘Loes Leest’. Misschien heeft u er van gehoord.”
Dat heb ik niet. Interessant!
“Voor de podcast put ik geregeld uit uw werk. Vanzelfsprekend doe ik dat zonder dat het besprokene tot u herleidbaar is. Uw werk leent zich uitstekend als voorbeeldmateriaal.”
Waarom niet herleidbaar?
“Vanmorgen merkte ik in de uitzending van het wekelijks radioprogramma ‘Een stief kwartier cultuur’, waarvan mijn podcast een terugkerend onderdeel is, dat ik uw naam genoemd heb.”
Ik vergeef het je Loes. Door God gezonden Loes, ik vergeef je!
“Ik wil u niet voor gek zetten meneer Bruindal. Uw werk is goedbedoeld maar u trapt in alle valkuilen waar de aspirantschrijver in trappen kan. Ik denk dat u vandaag veel verkeer op uw site gehad heeft en de aanleiding daarvoor spijt me.
Neemt u hierbij alstublieft mijn excuses in ontvangst. Ik beloof dat ik uw werk in het vervolg niet meer zal bespreken.
Met vriendelijke groet,
Loes Vergeer”
