Vark

er was een varkentje
o zo klein
dat wilde niet vies
bij de slager zijn

hij ging aan het wassen
zo goed als hij kon
en trok witte sokjes aan
zie hoe hij glom

trots als een pauw
stond hij vooraan
om met veel van zijn vriendjes
naar de slachter te gaan

in het slachthuis gekomen
de drukte trotserend
ging hij de kamer in
van heer slachter Berend

daar kreeg hij eten
hij vond het een weelde
‘t was het laatste bemerkte
voordat ze hem keelde

de vrouw van de slachter
haar naam Isabel
deed wat de slachter moest doen
en wel heel erg snel

de slachter had namelijk
boer Jan net gesproken
gehoord van varks enthousiasme
het had hem gebroken

hoe kon vark ook weten
het was net geen big
wat slachter betekent
logisch op zich

vark was onwetend
zijn gemoed was heel vrij
nu is hij speklap
de vleeseter blij