Al tijden…

‘Laten we eerlijk zijn. Het gaat al tijden niet goed.’

Verbijsterd ligt Job in bed. Tamara zit met haar rug naar hem toegekeerd aan haar kant van het bed en doet haar bh om. Haar lange haar hangt slaapslordig over haar rug. 

‘Vind je niet?’

Job is zich van niets bewust. Zojuist nog lagen zij lepeltje lepeltje. Zoals altijd had hij zich tegen haar aangevlijd toen hij zich half wakker naar haar toedraaide. Zij had hem niet afgeweerd. Zo hadden ze gelegen tot de wekker ging. Zij sliep, hij, een ochtendmens, probeerde nog te slapen.

Had hij iets gemerkt? Het enige wat hem de laatste dagen opviel was dat ze wel heel snel sliep. Normaal lag ze vaak ook al korter of langer in bed voordat hij de slaapkamer in kwam, hij bleef meestal net iets langer beneden om nog iets op YouTube te kijken, een verhaal uit te lezen of gewoon om wat te rommelen. Meestal zo’n twintig minuten.

Zij was dan vaak nog wakker. Lag wat te lezen of tv te kijken. Soms dommelde ze ook, maar zodra hij de slaapkamer binnenkwam konden ze toch babbelen. Dat deden ze. Gewoon gezellig babbelen.

Zo niet de laatste dagen. Het leek wel of ze slaapmedicatie innam. Er kwam nauwelijks wat uit. Hij besteedde er verder geen aandacht aan maar hij mistte de gezelligheid bij het naar bed gaan.

‘Ben jij nog verliefd dan?’

Hij had zijn mond nog niet geopend. Haar vragende opmerkingen kwamen met tussenpozen die hij verontrust denkend vulde. ‘Verliefd?’; zei hij. ‘Daar denk ik helemaal niet over na. We houden toch gewoon van elkaar? We zijn al lang samen. Het is een gevoel van totaal vertrouwd zijn. Jip en Janneke, Saskia en Jeroen, Job en Tamara. De een hoort niet zonder de ander.

‘Ik voel mij Tamara. Jouw naam staat los van die van mij.’

Ze draait zich naar Job toe en kijkt hem aan.

‘Ik denk dat het uit is Job.’

‘Zomaar?’, vraagt hij. Zomaar nu vanmorgen hier in bed? Uit? Wat is er aan de hand? Gaat het wel goed met je?’

‘Dat bedoel ik! Je schuift het direct allemaal naar mij. Ik ben daar klaar mee Job. Ik laat dat niet meer toe. Dit is mijn grens!’ 

Job waagt het niet te vragen of ze misschien ongesteld is. Het voelt alsof hij met een vijandige vreemde in de slaapkamer is. Hij verbaast zich daarover. Alles aan haar wat hij liefheeft lijkt weggetrokken. Zij moet naar haar werk. Hij is vrij. ‘We zien vanavond wel.’, zegt hij. Weet hij veel! Wat moet hij zeggen?

‘Ik kan beter gelijk doorzetten.’, zegt ze. Nu heb ik de kracht om verder te gaan. Hoe we het allemaal regelen zien we later wel. Vanavond slaap ik bij mijn zus.’

Ze is aangekleed. Ze zegt niet eens dag als ze de slaapkamerdeur achter zich dichttrekt. 

Job kijkt op zijn telefoon. 14 februari. Valentijnsdag.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *