Rode mannen rennen op me af. Ik schreeuw het uit; ‘Weg, weg! Alsjeblieft weg!’ Pijn in mijn hand. Ik heb het nachtkastje geslagen en ben wakker.
Keelpijn. Heb ik zo hard geroepen? Ik hou mijn linkerhand op mijn keel in een nutteloze poging de pijn te dempen. Afschuwelijk. Ik probeer het vreselijke weg te slikken maar het lijkt of er een vuurbal in mijn keel zit. Groot, scherp en bloedheet.
Naar de badkamer. Water. Hopen dat de pijn wegspoelt maar er gaat geen water langs.
Ik krijg het benauwd. Hyperventileren en ik voel dat ik het bewustzijn zal verliezen.
Ik lig ongemakkelijk met mijn zij op de badkamerdorpel. Het is licht. Uit het doucheputje zie ik wat haar steken. Ik walg er van en brom een beetje.
Verbaasd kom ik overeind. Dat gaat wel. Ik heb niet echt pijn en mijn keel voelt als nieuw. Ik brom nog eens. Daarna roep ik ‘ahh’.
Tranen lopen over mijn wangen. Nogmaals herhaal ik ‘ahh’ en vervolgens ‘do re mi’.
Wat een prachtig geluid! Vervolgens zing ik een liedje. Tranen blijven komen. Wat een gevoel leg ik er in! Wat een zalige klanken!
Ik kijk in de spiegel en daar sta ik met mijn betraande ochtendgezicht. Ik open mijn mond en zing nog eens. Tranen stromen weer. Mond open, tranen komen.
Wat een zegen. Wat een vloek. Wat kan ik hiermee?
Ik besluit mijn schoonzusje te bellen. Zij is de verstandigste in de familie. Misschien weet zij raad.
Ze neemt de telefoon op en onderbreekt me al snel omdat ze even een zakdoekje moet pakken. ‘Wat is het dan?’, vraag ik, nu wel wat bezorgd aan het worden.
‘Ik weet het niet.’ zegt ze; ‘Je doet iets met me.’
Dat ben ik niet gewend. Ik vraag door en ze bedoelt iets in mijn stem. ‘Ik hoor dat jij het bent maar er is iets mee.’
Nog dezelfde ochtend kan ik bij de huisarts terecht. De assistente vraagt voortaan maar te mailen want een doktersassistente moet zich natuurlijk groothouden. Ze kan niet achter de balie aan de telefoon gaan zitten snotteren. Het zou andere patiënten maar overstuur maken.
Met de dokter deel ik een doosje tissues maar we komen er niet uit. Ik moet de oplossing op langere termijn zoeken. Hij zal wel mailen als hij remedie weet.
Een poosje zit ik thuis. Ik ben een sociaal mens, beheers de weinigzeggende stuursheid niet en er zijn ook geen cursussen voor om dat te leren.
Om aan mijn brood te komen heb ik op sociale media geadverteerd;
‘Zit het u hoog maar willen de tranen niet komen, kom tot mij. Geheel geweldloos’.
De zaken lopen goed. De dokter heeft nog gemaild maar ik heb zijn bericht niet geopend. Waarom zou ik?
Mijn tranen neem ik voor lief.
