Zo het loopt

Het was raar maar ze lieten hem maar begaan.

Toen hij vijftig werd en echt begon te voelen dat ‘de tijd geweest’ op de weegschaal doorsloeg, ving hij een taak aan waarvan slechts het lot het einde bepaalde.

Zwaar was het niet, wel ingewikkeld om te regelen. 

Gelukkig kende hij mensen. Hij stond midden in het leven, toen, wat sommigen die het wisten een gekte noemde, aanving. De horde werd dan ook vrij snel genomen. Duur was het wel. En voor wat!

Hoe kwam hij er toe? We zullen het nooit weten want hij deelde het met niemand. 

Wat er achteraf over te zeggen valt kan alleen enigszins uit zijn handelen begrepen worden. Een gevoelig mens omschreef het als vertrouwdheid creëren.

De meeste mensen komen er incidenteel. Hij niet meer. Elke dag. Hij onderhield wat later vrijwel links gelegen gelaten zou blijven. Dat wist hij. Dat deerde hem niet.

Op een dag werd hij onwel. Hij was achtenzestig jaar. Beroerte. Goed kwam het niet meer. Mails die hij ontving werden niet meer gelezen. Hij kon zich vrijwel niet meer uitdrukken. Hij werd in een verpleeghuis opgenomen.

De man van routine leefde onder het regime van het verpleeghuis. Leefde. Niet veel meer.

Toch pas vijf jaar later overleed hij. Er werd netjes afscheid van hem genomen in een crematieplechtigheid waarbij zijn naaste verzorgers toch nog een traantje lieten.

En zijn graf? Dat werd geruimd. De rechten waren verlopen. Geen botten, geen kist. Op de administratie vond men de verklaring. 

Meneer was niet meer te bereiken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *