Vanzelfsprekend

Ik stap uit. Het is later dan normaal. Een paar minuutjes maar. Korte seinstoring.

Een vrij leeg perron. Net als maar een paar andere reizigers loop ik naar het paaltje om uit te checken. 

Een vrouw met een lange beige jas wacht aan het begin van het perron, zwaait en loopt onze richting in. Ik kijk haar niet aan maar haar uitstraling spreekt mij aan. 

Ze is nog niet heel dichtbij maar haar gang valt mij op. Heel duidelijk precies op de denkbeeldige lijn waarin ik loop. Ik kijk achter mij maar de drie mensen die ik zie zitten niet op dezelfde lijn. 

Nu kijk ik de vrouw in haar gezicht. Ze glimlacht en ik glimlach terug. Wat moet je anders?

Een pas of vijf zijn wij van elkaar vandaan als ze begint te praten. ‘Hoi joh, zag je me niet?’

Ze omhelst me en automatisch leg ik mijn handen on haar middel. Een zoen. Op mijn mond. Gewoon, alsof het heel normaal is. Vluchtig bijna. 

Ze slaat haar arm om mijn middel en we lopen het perron af. Ik ben verbluft en durf de situatie niet te doorbreken. Verbaasd reageren zou haar ongedwongen spontaniteit aantasten en dat wil ik niet. 

Ze babbelt over haar dag, een leven dat ik helemaal niet ken. Ze vraagt hoe mijn dag was en ik vertel haar er over en ik verwacht dat het misverstand zo wel duidelijk zal worden. Maar nee, ze neemt het als vanzelfsprekend op. 

Mijn God, wat is dit? Ze loopt naar de parkeerplaats. Ik loop met haar mee, aangemoedigd doordat ze voortdurend tegen me praat. Als een boek dat ik lees hoop ik door verder te komen grip op de situatie te krijgen. Benieuwd en geamuseerd luister ik naar haar. Ik vind haar grappig. Het is allemaal zo ongewoon en ze doet zo gewoon. Het is een raadsel.

We stappen in haar auto. ‘Naar mijn huis dan maar?’, zegt ze. In haar denken heb ik dus ook een huis. Dat geeft mij wel wat ruimte. ‘Prima’, zeg ik, maar dan valt ze stil.

‘Dit kan niet.’ Ze schudt met haar hoofd en kijkt mij recht in mijn ogen. ‘Ben je net zo gek als dat ik ben?’

Het moest er van komen maar zo had ik het niet verwacht. Deze eigenaardige situatie kon natuurlijk niet voortduren maar ik was een beetje in verwonderde droomtoestand. 

‘Stap maar uit. Dit gaat gewoon niet. Wat dacht je; leuke vrouw, ik speel gewoon mee?’

‘Ik wilde je vrolijkheid niet verstoren. Je was zo ongedwongen, zo vertrouwd. Ik vond je aantrekkelijk en wat moest ik doen?’

‘Je had niet romantisch moeten denken. Als iets te mooi is om waar te zijn dan is het niet waar.’

‘Maar kan dat dan niet, iets totaal onconventioneels als nieuwe werkelijkheid aanvaarden?’

‘Het is gewoon een vieze mannen fantasie.’

‘Misschien ook wel. Of niet. Ergens geloof ik nog in sprookjes of wil er tenminste in geloven.’

‘Ga nu maar.’

Ik stap uit, zij rijdt weg. Verslagen sta ik nog een tijd stil op de stoep. Ik voel me uitgekleed, naakt en om te bespotten. 

Niemand heeft iets gemerkt. Ik schaam mij en ik kan haar niet weg fantaseren. 

Zij zal voortaan altijd ergens zijn om mij klein te laten voelen. Al is het in mijn hoofd.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *